€ 221,50 € 175,40
Subtotaal
uitgegeven t/m 7 januari
saldo per 7 januari € 46,10
Als je nu minder dan € 46,10 in huis/portemonnee hebt, is er iets mis. Ga na waar het tekort gebleven kan zijn en boek het alsnog. Kan je het niet vinden, dan moet je het kasverschil boeken, bijvoorbeeld onder de kolom diversen. Uiteindelijk is het wel een uitgave al weet je niet waaraan, of je bent het bedrag verloren. Het kan ook zijn dat je saldo te laag is. Dan heb je bepaalde inkomsten niet geboekt, of een rekenfout gemaakt. Veel mensen staan in het begin versteld van de regelmaat waarmee ze onverklaarbare kasverschillen hebben. Komt het veel voor, maak dan de kas op over kortere periodes. Het is belangrijk uit te zoeken waaraan, of aan wie, je steeds geld uitgeeft dat je blijkbaar niet boekt. Henk en Nel kwamen er niet uit en boekten uiteindelijk in hun eerste overzicht het kasverschil van € 19,61 op 31 januari.
Bij bank en giro is het controleren veel makkelijker, omdat daar op de afschriften steeds het oude en het nieuwe saldo gegeven wordt. Hier kun je dus eigenlijk geen verschillen krijgen, behalve als je fout boekt. Regelmatig controleren voorkomt lang gezoek achteraf. Als je geld opneemt uit een giromaat, moet dit ook geboekt worden. Vraag daarom steeds om een bon en bewaar deze goed en boek hem in de kolommen ‘Kas’ en ‘Giro’ zoals eerder beschreven.
Totaliseren en omrekenen in levensenergie
Nadat alles van de hele maand is ingevuld, kan worden begonnen met het totaliseren. Alle kolommen worden opgeteld. Nu is bekend hoeveel er voor de verschillende categorieën is uitgegeven. Aan de hand van de gemiddelde maandcijfers van Hanneke en mij van het eerste halfjaar 1995 zullen we dit nu bespreken. Hanneke en ik hebben, zolang we samen zijn, onze financiën altijd gescheiden gehad. We maken dan ook ieder ons eigen maandoverzicht. Voor de bespreking hier hebben we alles bij elkaar geteld. Ons overzicht hieronder ziet er als volgt uit.
Categorie
voedsel
drank
uitgaan
vervoer
kleding/lichamelijke verzorging
medische kosten
hypotheek en onderhoud pand
energie/water/telefoon
inventaris
verzekeringen
lidmaatschappen/abonnementen hobby (inclusief volkstuin) cadeaus diversen
|
guldens |
uren |
|
per maand |
(afgeroi |
|
306 |
18 |
|
62 |
4 |
|
103 |
6 |
|
180 |
10 |
|
58 |
3 |
|
165 |
9 |
|
499 |
29 |
|
184 |
II |
|
9 |
1 |
|
158 |
9 |
|
50 |
3 |
|
226 |
13 |
|
42 |
2 |
|
130 |
7 |
totaal 2172 125
Maandoverzicht van Hanneke en Rob. Maandgemiddelden eerste halfjaar 1995.
Het eerste maandoverzicht geeft al enig zicht op de uitgaven, maar pas na enkele maanden beginnen zich duidelijke patronen af te tekenen, omdat de uitgaven nu eenmaal niet precies over de maanden verdeeld zijn. Dit geldt onder andere voor verzekeringspremies, abonnementen en vakan-tie-uitgaven. En er zijn nu eenmaal dure en goedkopere maanden. Uit het overzicht wordt ten eerste duidelijk wat er aan de verschillende categorieën is uitgegeven. Verder kan nu worden uitgerekend hoeveel er in de betreffende maand gespaard is, of hoeveel je te kort kwam.
Naast (of onder) de totalen in geld van de categorieën nemen we ook op hoeveel ‘levensenergie’ deze uitgave ons gekost heeft. Hanneke en ik hebben over het eerste halfjaar van 1995 ons ‘echte uurloon’ uitgerekend, zoals in hoofdstuk 2 is aangegeven. Voor Hanneke komt het neer op f 11,02 netto per uur en voor mij op f 23,65. Rekening houdend met de uren die we feitelijk werken (zoals in de‘echte uurloonberekening’) hebben we samen een uurloon van f 17,46. Door nu de totaalbedragen te delen door het echte uurloon, zien we hoeveel levensenergie de verschillende uitgaven ons gekost hebben.
Dit omrekenen naar levensenergie helpt om te voelen wat het is om zoveel (of zo weinig) uit te geven. Daarom is het ook zo belangrijk om de juiste, passende indeling van categorieën te maken. Ze moeten een goed beeld geven van je eigen 'geldgedrag’. Het bewustzijn van dit echte uurloon zal, hoe meer je het gebruikt, je uitgaven gaan sturen. Af en toe, zul je merken, neem je een andere beslissing dan voorheen, omdat je denkt: “Goh, die nieuwe computer zou me tweehonderd uren kosten, vijf volle werkweken; m’n oude doet het eigenlijk nog best.”
Een andere berekening die je maandelijks maakt is hoeveel je nu precies gespaard hebt, of juist meer hebt uitgegeven. Dit kan natuurlijk eenvoudig door het totaal van de uitgaven van de inkomsten af te trekken. In de hoofdstukken 8 en 9 komen we hier nog uitgebreid op terug.
Laat de cijfers spreken Als het hele maandoverzicht met geldtotalen en uren klaar is, leg je het niet weg. Nu komt het belangrijkste. Bekijk de cijfers goed en probeer erachter te komen wat ze voor je betekenen. Hoeveel uren moet je bijvoorbeeld werken voor je totale uitgaven? En hoeveel voor bepaalde categorieën? Hoe voelt het om te weten dat iets je zoveel geld en energie kost of juist zo weinig? Het kost in het begin soms moeite om je hierin te verdiepen. Maar na een tijdje zal je merken dat de cijfers je meer te zeggen hebben dan je dacht.
Met jezelf overleggen kun je in je eentje en het is goed om daarmee te beginnen. Als je samen de boekhouding doet, geef de ander dan ook de tijd om zich in de cijfers te verdiepen. Daarna kun je ze met elkaar bekijken en bespreken. Vertel ieder wat het je heeft gedaan en wat de individuele aandacht heeft opgeleverd. Ga voorlopig niet in discussie. Luister naar elkaar en reageer zo min mogelijk. Stimuleer de ander om verder te vertellen. Misschien is dit de eerste keer dat er op zo’n manier over geld, je eigen geld, wordt gesproken. Dat is best een beetje eng. Een aanval is niet op zijn plaats. Wel respect voor de ander.
Hopelijk heeft het eerste maandoverzicht en de aandacht die je eraan gaf nieuwe inzichten opgeleverd. Je weet nu hoeveel geld je aan de verschillende categorieën uitgeeft en hoeveel uur het je kost om dat geld te verdienen. Je hebt misschien ook voor bepaalde categorieën uitgezocht hoe het kwam dat ze zo hoog waren. Je hebt je wellicht afgevraagd: “Hoe kan het dat die post zo hoog is, klopt dit wèl?”, “Is een beetje minder niet genoeg?” of: “Heb ik voldoende waar voor mijn geld gehad?” Door elke maand op deze manier naar de cijfers te kijken krijg je op den duur een steeds verfijnder beeld van je uitgavenpatroon. En doordat je ook steeds beter weet hoeveel levensenergie het kost om bepaalde uitgaven te doen, is het mogelijk dat je bepaalde uitgaven omlaag kunt brengen.
Overigens kan het omgekeerde ook. Misschien ontdek je bepaalde categorieën waarvan je denkt: “Daar zou ik meer geld, tijd of energie in willen steken,” zoals een hobby, een sport, of bepaalde klussen in huis. Maar op de een of andere manier lukte het tot nu toe niet en kregen andere zaken meer prioriteit. Misschien heb je al bepaalde besluiten genomen. Toch is het beter om de goede voornemens en besluiten nog even uit te stellen. Eerst is het nodig dat je het gevoel voor de juiste maat nog wat verder ontwikkelt, zodat je meer gefundeerd te werk kunt gaan.
In dit hoofdstuk gaan we verder in op de resultaten van het maandoverzicht. Door het stellen van bepaalde vragen is het inzicht in de cijfers aanzienlijk te verdiepen. Maar voordat we op die vragen ingaan bespreken we een ander belangrijk onderwerp dat hier veel mee te maken heeft. Zodra je gaat nadenken over de verdeling van je levensenergie over de verschillende categorieën merk je dat je levensenergie niet alleen ‘uitgeeft’ in de vorm van geld. Je hebt nog veel meer levensenergie die je naast je werk op allerlei manieren ‘aanbiedt’ aan de wereld, aan de mensen in je omgeving, en die je gebruikt voor jezelf.
Dat kan leiden tot vragen als: ‘Waarom steek ik daar niet wat meer tijd in?’, of: ‘Waarom steek ik eigenlijk zoveel energie in mijn werk?’,‘Waar doe ik dit of dat eigenlijk voor?’, of: ‘Welk doel bereik ik door die uitgave van levensenergie?’, of: ‘Wat wil ik eigenlijk met mijn leven?’
Waar doe Je het eigenlijk voort
Toen we jong waren wisten de meesten van ons vrij duidelijk wat we wilden. We hadden idealen en hooggespannen verwachtingen voor de toekomst. Misschien waren onze fantasieën en dromen niet zo realistisch, maar dromen hadden we in overvloed. Wat die dromen ook waren, we wilden dat ons leven betekenisvol zou zijn, dat we een bijdrage zouden kunnen leveren. Dat we de wereld beter zouden achterlaten dan we hem aantroffen. Kortom, dat we een gelukkig en bevredigend leven zouden leiden. In de loop der jaren is daar vaak niet veel van terechtgekomen. En het is misschien ook wel wat veel gevraagd en zijn we al tevreden dat we de dagelijkse problemen het hoofd kunnen bieden.
Maar toch hebben we die dromen ooit gehad. En er zijn ongetwijfeld momenten dat we met weemoed terugdenken aan de tijd dat we onze idealen en toekomstfantasieën nog hadden en koesterden. Misschien is het goed er weer eens aandacht aan te besteden. Dat hoeft geen uren te kosten. Wat zou echte bevrediging schenken in je leven? Misschien kunnen de volgende vragen daarbij helpen.
-Wat waren je dromen toen je jong was?
-Wat heb je altijd gewild, maar is je nooit gelukt?
-Wat zijn de dingen in je leven waar je echt trots op bent?
-Als je niet lang meer te leven zou hebben, wat zou je dan in ieder geval nog willen doen?
-Wat geeft de meeste bevrediging en hoe staat dat in relatie met geld? -Hoe zou je de tijd besteden als je niet hoefde te werken voor geld?
De eerste stap om dromen helder voor ogen te krijgen, is om er gewoon aandacht aan te geven. Dat doe je door je erop te concentreren, liefst op een rustige plek, waar je het naar je zin hebt. Laat je fantasie de vrije loop en blijf je concentreren op wat je echt zou willen. Dat waar je hart echt naar uitgaat. Als je 'belemmerende gedachten’ krijgt, zoals: ‘Dat lukt me toch nooit,’ of: ‘Ik heb nu eenmaal altijd pech,’ zet die gedachten dan even opzij. Later kun je er, desgewenst, ruimschoots aandacht aan geven. Nu concentreer je je op je dromen. Probeer alles zo helder en concreet mogelijk voor ogen te krijgen. Het helpt om het naderhand op te schrijven of er met anderen over te praten.
Petra werktal meer dan twintig jaar in het hogerberoepsonderwijs. Op een bepaald moment kwam haar baan op de tocht te staan. Ze kon stoppen, maar dat wilde ze absoluut niet ook al was er een goede wachtgeldregeling. Ze klampte zich juist vast aan haar werk, want zonder werk komen leek haar verschrikkelijk. Ondertussen zocht ze angstig naar andere baantjes naast haar baan in het onderwijs om nog meer ‘zekerheid’ te hebben. Het was een zware tijd en ze kon aan niets anders meer denken dan aan werk. Ze bereidde ’s avonds en in het weekend de lessen voor. Haar hele leven leek alleen uit werken te bestaan.
Na een jaar werd ze zwaar overspannen engingin therapie. Er zou iets moeten veranderen in haar leven, dat was duidelijk. Ze ging korter werken en kocht een huis in Frankrijk van geld dat ze van haar vader had geërfd. Daarmee ging een jeugdwens in vervulling. Ze droomde al sinds haar vijfde over een leven ‘in de natuur’. Tijdens de vakanties die ze daar doorbracht merkte ze dat er een steeds grotere weerstand ontstond om terug te moeten. In Frankrijk voelde ze zich voor het eerst sinds tijden echt gelukkig. De wens ontstond om een langere periode onbetaald verlof te nemen en in haar huis in Frankrijk door te brengen. Dan zou ze zuinig moeten gaan leven en gaan sparen. Tot nu toe was dat haar nooit gelukt, ook al verdiende ze goed. Ze volgde de cursus ‘Je geld of je leven’, ging minder boeken en kleding kopen en bij andere winkels boodschappen doen. De school gaf toestemming voor een onbetaald verlof van acht maanden. Haar flat in Amsterdam kon verhuurd worden. Aan haar vrienden schrijft ze nu: ‘Als je bent waar je zijn wilt dan heb je niet veel nodig. Ik heb geen tv, geen telefoon en ga naar de goedkoopste supermarkt. Als ik ’s avonds de krekels hoor en de zon zie ondergaan, dan ben ik volkomen gelukkig. Ik ben ontzettend blij dat ik deze stap gezet heb.’
Dromen realiseren is niet alleen weggelegd voor mensen met een goede baan. Ook mensen zonder baan hebben dromen, misschien juist over de ideale baan. Aandacht geven aan dromen kan helpen je doel te bereiken.
Hans had na zijn studie honderden sollicitatiebrieven gestuurd naar allerlei bedrijven, maar was nooit uitgenodigd. Er waren ook zoveel mensen met dezelfde opleiding die ook allemaal solliciteerden. Inmiddels zat hij al jaren in de bijstand en begon de moed te verliezen. De sollicitatiebrieven gingen nog steeds met de regelmaat van de klok de deur uit, maar hij geloofde er zelf niet meer in. Door een familielid kwam hij in contact met een bureau dat werklozen begeleidt bij het vinden van
een baan. Daar werd afgesproken om voorlopig niet meer te solliciteren. De aandacht werd nu gericht op de sterke kanten van Hans en wat het werk was dat hij echt graag wilde doen. Deze benadering verwonderde hem. Als hij al niet aangenomen werd bij al die flutbanen waar-op hij gesolliciteerd had, wat had het dan voorzin om te zoeken naar iets dat je echt leuk vindt? Dat soort banen was er helemaal niet, volgens hem.
Na enige aandrang begon hij zijn ideale baan te omschrijven, in de vorm van een droom: als hij nu eens de hoofdprijs in de loterij won, wat zou hij dan voor werk gaan doen? Voor hem was dat onder meer (want hij had meer dromen): als milieudeskundige in een Oost-Europees land werken. Daar wilde hij, samen met lokale groepen en overheden, werken aan het in kaart brengen van de toestand van de natuurlijke omgeving.
Toen hij zijn dromen had opgeschreven en besproken, merkte hij dat hij enthousiaster werd dan hij in jaren was geweest. Hij wist en voelde nu wat hij echt wilde. Hij wist ook wat zijn bijdrage zou kunnen zijn, waar hij echt goed in was. Vanaf dat moment kreeg zijn zoektocht een ander karakter. Geen standaardbrieven werden meer door zijn pc uitgebraakt. Hij liep stad en land af om mensen te vertellen van zijn plannen. Als men hem vroeg wat hij 'was,’zei hij niet meer ‘werkloos’, maar:
‘Ik ben milieudeskundige en ik oriënteer me op verschillende projecten.’ Binnen een jaar nadat hij zijn dromen had opgeschreven, kwam hij in contact meteen adviesbureau dat gebruik wilde maken van zijn deskundigheid én zijn gedrevenheid. En al gauw deed hij onderzoek in diverse landen in het voormalige Oostblok
Het laatste voorbeeld van de rol die dromen kunnen spelen, en hoe ze te
realiseren zijn, is van Amy Dacyczyn, de vrouw die in Amerika in 1990
The Tightwad Gazette begon.
Amy en haar man Jim hadden een ‘eenvoudige’ droom. Zij wilden niets liever dan een gezin vormen met veel kinderen en wonen in een boerenwoning op het platteland. Toen ze trouwden hadden ze beiden ongeveer tien jaar een betaalde baan gehad. Zij als grafisch vormgeefster en hij bij de marine. Ze hadden samen niet meer dan 1.500 dollar aan spaargeld in die tien jaar overgehouden. Hun eerste kind werd, zoals Amy het zegt, 'negen maanden en vijf minuten nadat we getrouwd waren geboren’. Ze voelden er niets voor de opvoeding van hun kinderen voor een groot deel aan anderen over te laten. Jim zou blijven werken
en Amy stopte met haar baan om zich aan het gezin te wijden. Het inkomen van Jim was niet hoog. Daarom besloten ze om alles zo zuinig mogelijk te doen, iets waarin hun beider ouders overigens prima voorbeelden waren. Tot hun verwondering ondervonden ze nauwelijks een gemis. Hun leven en relatie werden eerder aangenamer door de ‘sport van het vrekkige leven’. Van Jims inkomen van netto dertigduizend dollar per jaar wisten ze een aanzienlijk deel te sparen. Na zeven jaar hadden ze niet alleen vier kinderen, maar ook 49.000 dollar spaargeld. Dat was genoeg om een aanbetaling te doen op een oude boerenwoning in Maine, om een auto te kopen en het huis in te richten. Twee jaar daarna besloot Amy om haar grafische en vrekkige talenten te combineren en bracht ze de eerste Tightwad Gazette uit, boordevol tips en trucs voor een aangenaam én zuinig leven. Het werd een enorm succes. Inmiddels is het gezin uitgebreid meteen tweeling en Amy heeft de krant nog jaren gemaakt vanuit haar droomhuis op het platteland.
Stap 4: Op zoek naar de Juiste maat
Door het stellen van vragen die aansluiten bij je persoonlijke situatie evalueer je het maandoverzicht. Daardoor ontwikkel je een scherp gevoel voor de juiste maat en komt de realisatie van dromen dichterbij.
Om deze stap te kunnen doen ga je terug naar het maandoverzicht. Zoals in het voorbeeld op de blz. 72 en 75 (van Henk en Nel) te zien is, staan onder de rij waarin de uren levensenergie zijn opgenomen nog drie rijen. In deze rijen kun je per categorie uitgaven aangeven wat je antwoord is op bepaalde vragen die je stelt.
De volgende vragen zijn een hulpmiddel bij het opstellen van eigen persoonlijke vragen die je maandelijks per categorie uitgaven stelt en beantwoordt. Voorbeelden van dergelijke vragen zijn:
- Ben ik tevreden over de ruil die heeft plaatsgevonden?
- Klopt deze uitgave met de dromen en idealen die ik heb?
Vraag I: Ben ik tevreden over de ruil die heeft plaatsgevonden!
Deze vraag geeft de mogelijkheid om te bepalen of je ‘waar voor je geld’ hebt gekregen. Maar vat dit niet te letterlijk op! Het kan best zijn dat je waar voor je geld kreeg toen je al die flessen drank kocht, maar dat je toch niet tevreden bent over de ruil die plaatsvond. Je hebt er te veel katers aan overgehouden en inmiddels begin je zelfs voor je gezondheid te vrezen. Het gaat er niet om of je afgezet bent. Daar kun je beter het prijzenboek voor gebruiken (zie hoofdstuk 6). Je zet onder een categorie een als je ontevreden bent over de hoeveelheid geld en levensenergie die je hebt moeten betalen, als je vindt dat het eigenlijk te veel was. Als je juist meer geld had willen uitgeven aan een bepaalde categorie, zet dan een ‘+’. Is de ruil naar je idee precies goed geweest, zet dan een ‘o’.
Met deze eenvoudige oefening krijgt je uitgavenpatroon meer reliëf. Meestal wordt al snel duidelijk dat er allerlei uitgaven zijn waar je je niet zo van bewust was. Je koopt uit gewoonte, uit verveling of misschien zelfs uit verslaving. Of je ontdekt dat je het toch vooral hebt gedaan om indruk op anderen te maken, om ‘erbij’ te horen. Je wordt je bewuster van je koopgedrag. Zet de plussen, minnen en nullen zo objectief mogelijk. Doe het vlug en eerlijk. Niemand heeft er iets mee te maken. Je doet het voor jezelf. Door het regelmatig beantwoorden van deze vraag ontwikkel je een beter gevoel voor de zaken die je echt en die je niet echt bevredigen. Langzamerhand zal je ontdekken dat tevredenheid te maken heeft met het punt waarop het ‘net genoeg’ is. Zit je onder dat ‘genoegpunt’ dan ben je niet tevreden, maar zit je erboven dan ben je ook niet tevreden.
Het is een hele kunst om op het ‘genoegpunt’ terecht te komen. Je zult het op eigen kracht moeten doen. Het gevoel voor het genoeg is in onze cultuur nogal in de verdrukking geraakt. Door er regelmatig aan te werken merk je dat je er vanzelf gevoel voor ontwikkelt. Formuleer de eerste vraag zo precies mogelijk, zodat hij echt bij je eigen situatie aansluit.
Vraag 2: Klopt deze uitgave met de dromen en idealen die ik hebt
Met deze vraag kun je dieper op de zaak ingaan. Misschien was je tevreden met de ruil die plaatsvond, maar is de uitgave toch niet in overeenstemming met wat je eigenlijk, diep in je hart, wilt. Als dat zo is, zet je een in de tweede rij onder je maandoverzicht. Je zet een ‘+’ als de uitgaven geheel in lijn zijn met waar je naar streeft en een ‘o’ als je antwoord neutraal is.
Sommige mensen hebben duidelijke idealen, dromen en doelen. Voor hen zal het niet moeilijk zijn om deze vraag per categorie te beantwoorden. Anderen zullen er meer moeite mee hebben. Als je lange tijd geen of weinig aandacht hebt gegeven aan dit soort zaken, zal het je meer moeite kosten. Probeer het toch! Je zal niet de eerste zijn die via deze weg weer aandacht gaat geven aan de zaken in het leven waar het eigenlijk om gaat. Het is een hele zoektocht, maar hij is de moeite waard. Door je deze vragen regelmatig te stellen zullen zich kleine en grote veranderingen in je leven voordoen. Aandacht is een grote kracht.
Het maandoverzicht hieronder is een voorbeeld van het beantwoorden van de vragen. Wim is een vrijgezel van 36 jaar. Hij besluit om voorlopig niets te veranderen aan zijn uitgaven. Hij ging gewoon door zoals hij het altijd gedaan had. Na vier maanden berekende hij de gemiddelden van de afgelopen maanden en begon met het zetten van plussen en minnen. Zijn eerste vraag is: ‘Is het genoeg?’, en de tweede: ‘Klopt het met wat ik eigenlijk wil?’
|
Categorie |
euro’s |
uren levens- genoeg? |
klopt |
|
|
huur, heffingen, e.d. |
285 |
energie 48 |
0 |
het? |
|
gas, licht, water |
60 |
10 |
0 |
0 |
|
telefoon |
33 |
6 |
+ |
0 |
|
verzekeringen |
115 |
19 |
0 |
0 |
|
auto, vervoer |
297 |
50 |
- |
- |
|
kleding |
69 |
12 |
- |
0 |
|
inventaris |
99 |
17 |
0 |
- |
|
voeding |
220 |
37 |
0 |
0 |
|
overige huishoudelijke uitgaven 186 |
32 |
> |
0 |
|
|
incl. hulp overige uitgaven |
301 |
51 |
> |
> |
|
Totale uitgaven |
€ 1667 |
282 |
||
Inkomen € 1783
Gespaard per maand € 116 Echte uurloon € 5,90
Maandoverzicht van Wim met beantwoording van vragen. Gemiddelden over vier maanden.
Het maken van de overzichten en het beantwoorden van de vragen leverde veel nieuwe inzichten op voor Wim. Een van de eerste vrij confronterende ontdekkingen had hij na het berekenen van het echte uurloon. Hij was altijd tevreden geweest met zijn salaris en het werk dat hij deed. Maar dit was de eerste keer dat hij zwart op wit zag dat hij bijna driehonderd uur per maand aan zijn werk kwijt was. Dat vond hij toch wel erg veel.
Wim besteedde altijd veel aandacht aan zijn kleding. Dat had te maken met zijn werk, maar ook met zijn privé-situatie. Hij had de hoop op het vinden van een partner zeker niet opgegeven. Mooie en verzorgde kleding spelen daarbij zeker een rol. Je moet er nu eenmaal goed verzorgd uitzien. Maar als je bijna dag en nacht met je werk bezig bent, heb je nauwelijks tijd om die kleding te ‘showen’. Waar doe je het dan voor? Hij besloot voorlopig wat minder te kopen en wat meer te gaan bellen met zijn vrienden en kennissen waarmee de contacten nogal verwaterd waren. Een min bij ‘kleding’ en een plus bij ‘telefoon’ dus.
Bij de autokosten kwam een min te staan. Drie jaar ervoor had Wim zijn luxeauto aangeschaft, toen hij er voor zijn werk veel mee door het land moest reizen. De kosten werden voor een groot deel gedekt door de kilometervergoeding. Maar nu was de situatie veranderd. Door een promotie was hij veel meer aan zijn werkplek gebonden en hij reisde nauwelijks nog voor de zaak. € 297 per maand voor een auto is niet ongewoon, maar het is en blijft een hoop geld. Daar moest Wim vijftig uur per maand voor werken, meer dan een volle werkweek.
Bij het beantwoorden van de tweede vraag: ‘Klopt deze uitgave met wat ik echt wil?’ werd ook een min gezet achter autokosten. Want eigenlijk wilde hij helemaal niet zoveel geld aan vervoer uitgeven, maar aan iets heel anders. Dat had te maken met een andere min achter huur. Wim had al heel lang het idee dat hij een huis wilde kopen. Om al dat geld maandelijks aan de huisbaas te geven sprak hem steeds minder aan. Nu ontdekte hij hoe dat te realiseren was. Door de autokosten te beperken zou hij in staat zijn om te sparen voor een aanbetaling op een huis. Hij zou uitzoeken of hij zijn auto niet kon inruilen voor een kleiner en zuiniger model.
Ook bij de post‘inventaris’ zette hij een min. Hij was net van plan geweest een aantal nieuwe dingen aan te schaffen voor in zijn huis. Nu hij voor een huis ging sparen, besloot hij dat uit te stellen tot in het nieuwe huis. Het zou toch zonde zijn ais hij nu een koelkast kocht, als die later niet in zijn nieuwe huis zou passen.
Hij zette ook een aantal vraagtekens. Achter ‘overige huishoudelijke uitgaven’ kwam een vraagteken, omdat hij het toch wel een rare ontdekking vond dat hij zijn hulp per uur meer uitbetaalde dan hij zelf verdiende. Hij wilde dit nog niet veranderen, maar er wel over nadenken. Bij de post ‘overige uitgaven’ kwamen ook vraagtekens te staan. Hij besloot om die post voortaan uit te splitsen, omdat er te veel verschillende kosten in verborgen zaten. Misschien viel daar ook nog wat te besparen voor de aanbetaling op het huis.
De vragen die hierboven besproken zijn, kunnen je helpen je eigen vragen op te stellen. Misschien heb je nog meer vragen die voor jou relevant zijn. Die zouden bijvoorbeeld kunnen zijn:
-Hoe zou deze categorie veranderen als ik niet meer hoefde te werken? -Hoe zou deze post eruit zien als ik me zo milieuvriendelijk mogelijk gedroeg?
-Hoe zouden deze uitgaven eruit zien als ik verhuisde?
Het gaat er vooral om dat je regelmatig die vragen stelt die in je eigen situatie van belang zijn. Daar zijn geen recepten voor te geven.
Nadat je de vragen hebt beantwoord is het tijd om er weer voldoende aandacht aan te geven. Net als aan het einde van hoofdstuk 3. Kijk ernaar, denk erover na, bespreek het eventueel met je partner of huisgenoten. Zie je patronen? Zijn er eenvoudige bezuinigingen door te voeren? Zijn er dingen in je leven die je wilt veranderen?
Stap 4 is een belangrijk onderdeel van het stappenplan. Ook als je dromen, doelen en idealen niet glashelder zijn. Door de vragen regelmatig te beantwoorden zal je gevoel voor de juiste maat alleen maar toenemen en krijg je misschien ook meer zicht op wat je eigenlijk wilt.
In veel gevallen blijkt het stellen van één vraag al voldoende. Hanneke en ik bekijken maandelijks de cijfers en zetten er een rij plussen, minnen en nullen onder. Een plus zetten we bijvoorbeeld bij een te verwachten kostenpost, zoals laatst toen de dakbedekking vernieuwd moest worden. Voor ons betekent een min: het kan nog wel wat minder, laten we het eens proberen. We bespreken dan hoe we het kunnen aanpakken. Het is heel spannend om de maand erna te kijken of het gelukt is.
Als je eenmaal op dit punt in het programma bent aangekomen en je hebt de maandoverzichten een aantal keren bekeken en besproken, dan ontdek je dat het steeds uitdagender wordt om het ‘genoegpunt’ te vinden. In het voorafgaande is duidelijk geworden dat daarvoor een aantal dingen nodig zijn.
Ten eerste is dat een helder en objectief beeld van het uitgavenpatroon. Het maandoverzicht biedt je dat. Verder heb je ‘maatgevoel’ nodig. Dat ontwikkel je door het stellen van de vragen bij het maandoverzicht. Hoe helderder je dromen, doelen en waarden zijn, hoe gemakkelijker dat maatgevoel is te ontwikkelen. Maar ook als je je jarenlang hebt laten ‘sturen’ door de anderen, de reclame en onze cultuur van overconsumptie, dan nog blijkt bijna iedereen in niet al te lange tijd in staat om zo’n maatgevoel te ontwikkelen. Het voordeel is dat je het echt zelf kunt.
Natuurlijk willen we allemaal bevrediging van onze basisbehoeften. En als die bevredigd zijn, dan is een beetje comfort en wat luxe ook best aangenaam. Maar het is o zo gemakkelijk om daaraan voorbij te schieten. Voordat je het weet ben je omringd met allerlei troep en ballast. Dan zul je je genoegpunt weer moeten opzoeken, of dat nu ligt op het gebied van uitgaan, eten, verzekeringen of hobby. Zoeken naar het genoegpunt is een aangename bezigheid, omdat je aandacht geeft aan de dingen die voor jou belangrijk zijn. Die zelfwaardering heeft een goed effect op allerlei andere zaken: je humeur, je uitstraling en je portemonnee. Zoeken naar het genoegpunt geeft ‘instant-bevrediging’.
En je bent niet alleen: in Nederland en in veel andere rijke landen zijn inmiddels honderdduizenden mensen ook op zoek naar het genoeg. De

cultuur van het ‘steeds maar meer’ is nog overheersend, maar de tegenbeweging begint krachtiger te worden. Het is goed om daarbij te horen. Niet alleen komt er meer financiële ruimte in je leven, er komt ook meer energie vrij om je te wijden aan zaken die belangrijker zijn dan... (vul zelf maar in).
Als je steeds naar meer streeft, dan gebeurt er iets vreemds. Datgene waarnaar je streeft schuift als het ware van je af. Er blijkt geen einde te zijn aan je verlangens en wensen. Dit betekent dat je steeds meer inspanningen moet leveren, omdat je je steeds op een hoger niveau beweegt. Je moet nog meer verdienen om dit of dat te kunnen bekostigen, en als je het hebt komt de volgende behoefte al weer opzetten. ‘Steeds maar meer’ is eenzijdig en levert spanning en stress op. En het kost een hoop tijd. Je bent net als de ezel die steeds harder loopt om de wortel aan de stok, die hem wordt voorgehouden, te pakken te krijgen.
Als je naar genoeg streeft doe je iets heel anders. Je stapt even uit. Je maakt pas op de plaats. Als je eenmaal stilstaat kun je rustig om je heen kijken, alle kanten op. Het zou kunnen dat je dan ontdekt dat je het punt van het genoeg al lang gepasseerd bent. Als dat zo is, kan je daar rustig naar terug wandelen. Het kan ook zijn dat je je genoegpunt nog niet bereikt hebt. Dan kun je ook min of meer rustig verder wandelen. Het zou kunnen zijn dat je merkt dat het genoegpunt minder ver ligt dan je dacht. Maar let op! De verleiding om weer door te hollen is groot. Oude gewoonten leer je niet zomaar af.
Het derde interview laat een alleenstaande moeder met vijf kinderen aan het woord. Zij besloot uit de bijstand te stappen. Zonder boeken of cursussen heeft deze vrouw, geheel op eigen kracht, iets bereikt dat bewondering afdwingt
DOE wat je WILT
Ruim een week nadat ik haar brief ontving, ben ik al op bezoek. Zo’n bijzondere brief krijg je niet vaak. Acht kantjes, met de nodige emotie geschreven. Een brief van een alleenstaande moeder met vijf kinderen, die het aandurft om uit de bijstand te stappen, zelfstandig te worden als muzieklerares, en zegt heel gelukkig te zijn. Een ongewoon verhaal dat me raakt en nieuwsgierig maakt, omdat het helemaal niet klopt met het stereotiepe beeld van een bijstandsmoeder. Voor mij is dat een vrouw met kinderen die over lange periodes financieel tekort komt, vaak niet gelukkig is met haar lot en weinig uitzicht heeft op verbetering. Dit is iets heel anders. Ik laat haar zelf aan het woord.
‘Je zult het wel niet geloven, maar ik heb in ruim drie jaar bijstand veel geld overgehouden. Gewoon door vrekkig te zijn. Mijn kinderen en ik maken onze cadeautjes zelf: breien, schilderen, borduren, timmeren, knutselen. We plukken kruiden voor thee, die hangen in bosjes te drogen. We eten vegetarisch, dragen tweedehands of zelfgemaakte kleren, we hebben een moestuin en... nu komt het! Hoei, eng, dit is echt een biecht! Ik doe bijna de hele gezinswas op de hand. Ik ben echt niet gek hoor, maar als ik met twee handen in het sop sta dan sta ik zo gelukkig te wezen!
Dat wassen met de hand begon met een weddenschap. Of je nog wel zonder elektriciteit kan leven in deze tijd. O ja, zeiden we vol bravoure. Wedden? Oké. De volgende dag zat direct vol verrassingen. De deurbel deed het niet, de jongens konden geen plaatjes draaien en ik... stond beteuterd naar de wasmachine te kijken. Maar ik liet me niet kisten en maakte een grote teil sop en waste dat de stukken eraf vlogen. En toen de was aan de lijn hing, ging ik er op een bankje in de tuin van zitten genieten. Ik was trots, het was mijn was. Het wonderlijke was, dat toen mijn jongste zoon thuis kwam uit school (hij wist op dat moment nog niets van mijn handwasserij), hij helemaal uit zichzelf zei: “Wat is de was mooi.” Ik was perplex.
En een paar weken geleden gebeurde er weer iets opmerkelijks. De oudste zoon van twaalf kwam thuis met een vlek op zijn trui. Ik zag hem
naar de keuken gaan en zelf bij de kraan die vlek eruit wassen. Ik denk dat hij zich meer bewust is geworden van het feit dat één vlek op een schone trui geen reden is om de hele trui in de wasmand te gooien. Alle kinderen doen trouwens langer met hun kleren sinds ik op de hand was.
We hebben alles bij elkaar drie maanden, in de zomer, zonder elektriciteit geleefd en vreselijk gelachen. Als je ’s avonds met een kaarsje de telefoon moest zoeken als die ging en je lag al in bed, of als je met een kaarsje naar de wc moest. In de herfst is de knop weer omgedraaid, maar toch gaan we nu bewuster met elektriciteit om en... wassen met de hand ben ik blijven doen, op een enkele uitzondering na. Als het écht nodig is, bijvoorbeeld als er een kind ziek is en je moet vaak het bed verschonen, dan mik ik alles in de wasmachine, en dan ben ik blij dat ik er eentje heb. Als ik op de hand was, en de was is gedaan, dan ben ik zelf ook "schoon”. Het is niet uit te leggen. Het is zo heerlijk om met een borstel en zeep op een vuile spijkerbroek te schrobben!
Hetzelfde gevoel heb ik als ik met sla en bietjes uit mijn moestuintje kom. Het is een stukje gemeentegrond naast ons huis, dat ik na anderhalf jaar vragen “in beheer” heb gekregen. Voor niets! Ik ben er zó blij mee.
Als die groente op het aanrecht ligt, waauw! Je snijdt het veel zorgvuldiger, je kijkt ernaar. Kijk nou toch eens hoe mooi, die rode kool. Je proeft het, je geniet. Ook dat is niet goed uit te leggen.
We hebben geen auto, geen tv, geen magnetron, geen diepvriezer en zelfs geen... koelkast. Dat bespaart veel geld. Een volle koelkast is zó leeg. “Even iets pakken.” Wij doen het anders. Als we na het eten besluiten dat we trek hebben in een toetje, dan gaat een van de kinderen nog even een pak yoghurt halen bij de winkel. We eten het op, de hond likt het pak uit, en klaar is Kees.
’s Winters stoken we kolen en afvalhout in onze plattebuiskachel waar we ook op kunnen koken en waar meestal een grote pan kruidenthee op staat te trekken. Iedereen kan nemen als hij zin heeft Kolen krijg ik overigens voor een deel ook gratis, van mensen die nog een voorraadje hebben en een ander soort kachel hebben genomen. We gebruiken al met al weinig energie van het net. De meteropnemer vroeg dit jaar of wij hier wel het hele jaar gewoond hadden. Leuk!
Na het eerste jaar bijstand was ik gewoon perplex dat ik zoveel geld overhield. Nu is het wel zo dat ik na mijn scheiding onbekommerd vrekkig kan leven en de kinderen in allerlei beslissingen betrek. We hebben hier bijvoorbeeld een telefoonteller in de kamer. Ik had er geen zin meer in om steeds te roepen dat ze hun gesprekken kort moesten houden. Nu betalen de kinderen van hun zakgeld en hun bijverdiensten zelfde tikken, die
ze noteren in een schrift Het is even een investering zo’n teller, maar het werkt
Vrekkig zijn is soms heel opvoedkundig. Mijn kinderen klaagden wel eens dat al het fruit alweer op was. Het viel bijna niet aan te slepen. Appelen, peren, sinaasappelen, mandarijnen, bananen enzovoort Elke week haalde ik zakken vol van de markt en ik had echt geen zin om nog meer te kopen, dat werd me te duur. Ik bedacht het volgende. Zodra ik van de markt kom maak ik nu voor elk van de kinderen én voor mezelf een fruit-pakket klaar voor de hele week Dat vinden ze echt leuk, want ieder kan ermee doen wat ie wil. Afgezien van de fruitpakketten kennen wij ook de term voedselpakketten. Dat hebben de kinderen zelf bedacht voor verjaardagen. Ze geven iemand een pakje met daarin bijvoorbeeld een voordelige chocoladereep uit de ene winkel, rijstwafels uit een andere, tot blikjes maïs en potten appelmoes toe. Het is het idee dat je helemaal voor jezelf iets krijgt en dat je zelf kunt bepalen wanneer je het opeet Dat je niet hoeft te wachten tot de gezamenlijke maaltijd. Die pakketten zijn echt razend populair en niet duur.
Ik heb ook een grote ontdekking gedaan. Let op! Ik heb ontdekt dat tijd en geld rekbaar zijn. Een vorstelijke ontdekking. Want een moeder met vijf kinderen die werkt muziek studeert een cursus doet de was grotendeels op de hand doet zelf groente kweekt en brood bakt dat kan gewoon niet. "Daar heeft ze geen tijd voor," zegt iedereen. Maar het kan wèl, en weet je waarom? Ja, nou komt ie. Omdat ik ervan geniet! Dat behoeft enige uitleg, denk ik.
Ten eerste doe ik niets of bijna niets waar ik geen zin in heb. Ik hoef dus niet telkens bij te komen of uit te rusten van vervelende karweitjes. Als je iets leuks doet, waar je echt plezier in hebt dan krijg je energie in plaats van dat je energie kwijtraakt Een voorbeeld: in de tuin laat ik resten van planten gewoon liggen. Dus nadat ik de broccoli heb afgesneden laat ik de resten van de planten daar liggen. Als ik kritiek krijg, omdat het er nogal rommelig uitziet dan zeg ik dat het de “oppervlakte-compostering-me-thode” is. Daar heeft men niet van terug. Een ander voorbeeld. Als ik goed in mijn vel zit dan heb ik ’s ochtends terwijl de kinderen hun tassen aan het inpakken zijn, de was al gedaan, en ik ben niet moe. Als ik er niet echt voor kies of loop te piekeren, dan merk ik dat ik nog aan de tafel zit te hangen en moe ben van het niets doen, terwijl ik anders allang die was had gedaan.
Iets anders waar ik in geloof: zodra je je zorgen gaat zitten maken en gaat piekeren of je wel genoeg zult hebben, dus bang bent om te kort te komen, dan kom je ook te kort Je hoeft alleen maar te denken: ik leef in het land van overvloed en alles wat ik nodig heb is er voor mij. Ook af en toe een klap op je kop, maar goed. Ik heb hier een sterk voorbeeld van, dat bijna niemand gelooft, maar ik heb vier getuigen. Twee dochters zijn hun tent aan het "proefopzetten”. Kijken of alles er nog is. Een zwaar geval, beetje oud, beetje log. Ik sta aan de deur met iemand te praten. “Jullie zouden eigenlijk zo’n lichtgewicht koepeltentje moeten hebben,” zeg ik. Op dat moment komt er een auto aanrijden, die voor ons voortuintje stopt Een man draait het raampje omlaag en zegt: "Ik ben spullen voor een rommelmarkt aan het ophalen en achter in mijn auto ligt een tweepersoons koepeltentje. Dat mogen jullie hebben voor een tientje.” Die man zal ons wel dom gevonden hebben met al die open monden. Sindsdien heb ik zóveel soortgelijke ervaringen, vaak heel kleine dingetjes. Heel wonderlijk! En... ik wen er nooit aan. Ik ben iedere keer verbaasd, blij en dankbaar.
Toch moet je opletten dat je niet doorslaat naar de andere kant. Dat je niet gierig wordt of hebzuchtig. Als je veel krijgt is het ook goed veel weg te geven. Dat gaat trouwens meestal vanzelf. De spullen moeten blijven rouleren. Het is maar een heel dun draadje, dat vrekkendom. Zodra je één voet in het land van de hebzucht zet rent “genieten” keihard weg. Dat is er dan niet meer bij. Ik noem dat altijd: ik fiets aan de linkerkant van het fietspad. Alles gaat mis, alles botst is waardeloos. Iedereen is stom. Terwijl de oplossing zo simpel is. Het enige dat ik hoef te doen is mijn fiets omdraaien.
Ik heb dus de stap gezet om uit de bijstand te gaan. Bij de Sociale Dienst had ik een moeilijk moment ze vonden het onverantwoord. Ik zou het nooit redden, maar dan kon ik wel weer aanvullende bijstand krijgen.
Toch heb ik het gedaan en alles wat ik verdien mag ik nu zelf houden en verdwijnt niet meer in de bijstandspot Met de alimentatie voor de kinderen van mijn ex en de kinderbijslag erbij lukt het de zaak draaiende te houden. Ook al zit ik officieel ónder bijstandsniveau, we houden toch geld over. Zelfstandig zijn is heerlijk. Als het vakantie is verdien ik niks, en als ik ziek ben ook niet. Pensioen is er ook niet bij. Daar moet ik allemaal zelf voor zorgen en sparen. Er komen krachten vrij waarvan ik niet eens wist dat ik ze had. Ik kan gewoon niet vertellen wat voor gevoel dat geeft... Je moet gewoon doen wat je écht graag wilt - en dan bedoel ik “Wilt” met een hoofdletter - dan heb je altijd genoeg en je omgeving ook.
P.S. Al had ik een miljoen, ik zou toch zo willen blijven leven als nu; een restje karnemelk in een leeg jampotje omschudden en dat een milkshake noemen. Dat is veel leuker.”
Stap 5: Maak de resultaten van de vorige stappen zichtbaar door ze in een grafiek te verwerken
De grafiek geeft een beeld van je relatie met geld (en levensenergie) en toont de ontwikkeling ervan op weg naar financiële onafhankelijkheid.
Stap 5 is eenvoudig. Je gaat nu een grafiek maken van inkomsten en uitgaven. De gegevens voor deze grafiek haal je uit het maandoverzicht. Het enige dat je nodig hebt is een stuk papier, een liniaal, potloden (en vlakgom). Als je al met de computer en een spreadsheet werkt, kan het programma de grafiek voor je maken.
Een vel A4-millimeterpapier is in principe voldoende. Op de horizontale as zet je de maanden uit. Als je voor elke maand vijf millimeter neemt, kun je viereneenhalf jaar vooruit. Dat geeft de mogelijkheid om ontwikkelingen op langere termijn goed te zien. Misschien niet tot aan het punt van financiële onafhankelijkheid, maar wel een eind op weg ernaar toe.
Op de verticale as zet je het inkomen uit. Kies een juiste indeling, afhankelijk van je maandinkomen. Zorg er in ieder geval voor dat je een flink stuk ruimte openlaat voor de groei ervan, ook als je dat nu helemaal niet verwacht. Als je nu 1.500 euro netto per maand verdient, laat de verticale as dan tot bijvoorbeeld 2.500 euro lopen, of nog verder als je denkt dat het nodig is. Je weet maar nooit, en het staat zo knullig er later een stukje bovenaan te moeten plakken. Je verdeelt nu de verticale as zo, dat je van nul tot het door jou gewenste maximum komt. Zie het voorbeeld op blz. 100.
Aan het einde van de maand haal je uit het maandoverzicht de totalen van de inkomsten en uitgaven. Die bedragen bepalen twee punten in de grafiek. Na de eerste maand heb je niet meer dan twee losse punten, maar

Voorbeeld millimeterpapier met indelingen
vanaf de volgende maand beginnen zich twee lijntjes te vormen. Trek die twee lijnen met kleuren die duidelijk van elkaar verschillen. Bijvoorbeeld groen voor het inkomen en rood voor de uitgaven.
Met het maandoverzicht en de totalen van de categorieën krijg je alleen een momentopname. Met de grafiek krijg je een beeld over langere tijd. Door consequent iedere maand de totalen in de grafiek te verwerken, krijg je langzamerhand een beeld van de ontwikkeling van uitgaven en inkomsten.
Het maken van de eerste maandoverzichten en de grafiek veroorzaakt nogal eens een schok. Een van de eerste ontdekkingen is vaak dat er meer geld uitgegeven wordt dan verdiend. Als reactie volgt daarna nogal eens een periode van overdreven zuinigheid. Je moet en zal die grafiek naar beneden krijgen. Maar net als met diëten is dat niet lang vol te houden. Na een paar maanden gaan de uitgaven toch weer omhoog en als je niet oplet kom je weer op het oude niveau of hoger uit.
Dat kan de bedoeling niet zijn en dat is het ook niet. Het is veel handiger om gewoon de maandoverzichten te blijven maken, goed naar de cijfers van uitgaven en de verhouding tot levensenergie te kijken en de vragen in de onderste rijen van het overzicht te beantwoorden. Iedereen kan wel een korte periode besparen, zelfs extreem als het moet, maar het ontwikkelen van een gevoel voor de juiste maat, voor het genoeg, duurt langer, maar heeft wel blijvende effecten.
Marja houdt sinds begin 1994 haar inkomsten en uitgaven bij en heeft soortgelijke ervaringen. Marja’s man heeft een goede baan en verdient circa vijfduizend gulden netto per maand. Ze hebben geen kinderen (zie de grafiek op blz. 102).
Marja vertelt: ‘De eerste maand was het ergst. Ik zag duidelijk dat mijn man en ik meer uitgaven dan we verdienden. Nu is januari wel een dure maand, maar toch raakte het me. Vooral omdat ik wist dat het voor ons vrij normaal was om meergeld uit te geven. In de drie maanden die daarop volgden deed vooral ik mijn best te bewijzen dat we met veel minder rond konden komen. We gaven toen opeens ongeveer drieduizend gulden per maand uit. In de maanden daarop lieten we de touwtjes wat vieren. Het was ook vakantietijd. Maar in september gingen we er weer flink tegenaan. Nu op een andere manier. Ik begon te zoeken naar bezuinigingen die gemakkelijk konden. In het begin dacht ik daar minder aan en deed maar wat. Nu vind ik nog dagelijks manieren om de uitgaven te verminderen. Bij ons is het vooral op het gebied van kleding, boodschappen doen, uit eten gaan, cadeautjes en allerlei spulletjes voor het huis, die ik nu niet meer of tweedehands koop. Wat ik vooral leuk vond, was het vergelijken van de eerste maanden van 1995 met die van 1994. We zitten nu structureel op een lager niveau. In januari '95 gaven we tweeduizend gulden minder uit dan in januari vorig jaar. Hoe langer ik naar die grafiek kijk, hoe meer ik erin zie. In de eerste vijf maanden van '95 gaven we ongeveer vierduizend gulden minder uit dan in dezelfde periode vorig jaar.’
Hoe het stellen van de vragen Je veel geld kan opleveren
Het regelmatig beantwoorden van de vragen bij het maandoverzicht zal ertoe leiden dat de uitgaven naar beneden gaan. Bijna iedereen merkt dit. Je bent je nu zo bewust geworden van allerlei automatisch aankoopgedrag dat je steeds vaker merkt dat je het gewoon niet meer doet of veel minder.


Soortgelijke ervaringen komen veel voor. Alhoewel Hanneke en ik al heel wat besparingen achter de rug hadden toen we met dit stappenplan begonnen, deden we ook regelmatig ‘ontdekkingen’. En hoe klein en onbelangrijk ze misschien ook zijn of lijken, met al die bezuinigingen -waar je steeds maar mee doorgaat- zie je in de maandgrafiek de uitgaven langzaam maar zeker omlaaggaan. Vele kleintjes maken nu eenmaal een grote.
In februari 1994 werd Hanneke geopereerd aan haar netvlies, waarna zich complicaties voordeden. Gedurende bijna de hele maand was ze opgenomen. Ik deed alle boodschappen, overigens alleen voor mezelf, want wat eten en drinken betreft had Hanneke ‘vol pension’ in het ziekenhuis. In januari waren we begonnen met het bijhouden van het kasboek. Aan ‘voeding’ (inclusief wasmiddel en dergelijke, maar zonder alcoholische drank, die we apart bijhouden), hadden we in januari f315,85 uitgegeven. Vijf gulden per persoon per dag. In de maand dat Hanneke in het ziekenhuis lag, viel ik terug op een oud patroon van ‘makkelijk eten’ inkopen, tussendoortjes, snackbars en 'even Indisch halen’.
Dat was ook wel begrijpelijk met alle toestanden die de ziekenhuisopname met zich meebracht. Normaalgesproken zou ik er niet veel aandacht aan hebben geschonken. Maar nu zag ik in het maandoverzicht van februari dat ik in mijn eentje f541,90 had uitgeven, f19,35 Per dag voor één persoon, meer dan drie keer zoveel als in januari. In de periode daarna ging ik voor mezelf na wat dat 'eetgedrag’ van mij in de afgelopen jaren gekost moest hebben. Dat besef heeft me bij menige bakker of snackbar doen besluiten gewoon door te lopen. Dat heeft me handenvol geld gescheeld.
Als je je bewust bent van wat je écht wilt, kan dat ook geld opleveren. Hoe het beantwoorden van de vraag: ‘Klopt dit wel met wat ik echt wil?’ besparingen kan opleveren, is in het vorige hoofdstuk al aan de orde geweest met het voorbeeld van Wim. Coby’s verhaal laat zien dat je tot opmerkelijke prestaties in staat bent als je weet wat je wilt. Zij is alleenstaande moeder met een zoon van vijftien jaar en heeft een bijstandsuitkering.
‘Driejaar geleden heb ik besloten om een muziekvakopleiding te gaan volgen. Ik wilde dolgraag mijn eigen geld verdienen door les te geven op de gitaar. Maar dan wel met een volwaardige opleiding, zodat ik ook op een muziekschool zou kunnen lesgeven. Toen ik dat aan de sociale dienst voorlegde, voelden ze er niets voor. Er zou te weinig arbeidsper-spectiefzitten in de richting die ik koos. Toch heb ik het voor elkaar gekregen dat ze me die opleiding lieten doen. Het had ook “stiekem” gekund, maar daar voelde ik niets voor. Mijn sollicitatieplicht werd uitgesteld, maar een vergoeding kreeg ik niet. Die driejarige opleiding kostte meer dan zesduizend gulden. Toch is het me gelukt om he helemaal zelf te betalen. En dat kon alleen maar omdat het echt iets is waar mijn hart naar uitgaat, anders heb je de energie en de creativiteit niet om dat te doen. De opleiding is nog niet helemaal af, maar ik heb nu al een aantal leerlingen. Met de parttime baan die ik inmiddels ook heb gevonden, hoop ik over niet al te lange tijd uit de bijstand te kunnen stappen.’
Door het maken van de maandoverzichten zal al snel blijken dat er afwijkende maanden zijn. Opeens een grote reparatie aan liet huis of alle jaar-premies van verzekeringen moeten betaald worden. Hoe moet je nu met deze maanden omgaan? Heel gewoon eigenlijk. Zet ze gewoon in de grafiek. Die pieken en dalen vormen nu eenmaal het'landschap’van je uitgavenpatroon. Ze leren je rekening te houden met onverwachte of verwachte hoge uitgaven.
Als je hier toch moeite mee hebt, kun je bepaalde terugkerende uitgaven over periodes van langer dan een maand spreiden over het jaar. Als je bijvoorbeeld in januari 900 euro aan verzekeringspremies moet betalen kan je, in het jaar ervoor, iedere maand 75 euro storten op een speciale spaarrekening. Dan kun je telkens in het maandoverzicht gewoon 75 euro aan uitgaven ‘diverse verzekeringen’ opnemen. Het voordeel is dat je nog rente krijgt ook. Hetzelfde kun je natuurlijk doen met andere grote uitgaven, zoals belastingen en groot onderhoud. Overigens kunnen die bedragen natuurlijk allemaal op dezelfde spaarrekening gestort worden.
Hoe je het ook doet, doe het op de manier die voor jou het handigst en overzichtelijkst is. Er is niet één goede manier.
De grafiek regelmatig onder ogen zien
Kijk geregeld naar de grafiek. Meestal is het aan het einde van de maand heel spannend om te weten te komen hoe je het gedaan hebt. Maar laat het niet bij die ene keer dat je naar je grafiek kijkt. Misschien gaat het wat te ver om hem in de wc op te hangen, maar aan de binnenkant van je klerenkast of boven je bureau is misschien een goede plek. Daar heb je de mogelijkheid om vaak even naar je grafiek te kijken.
fe gevoelens en ideeën erover zullen in de loop van de tijd veranderen. Het zou zelfs kunnen dat je op een bepaald moment echt trots wordt op wat je voor elkaar hebt gekregen. Sommige mensen hangen hem zelfs na een tijdje bewust op een plek waar anderen hem wél kunnen zien. Hoe zou het voelen als jij dat deed?

Stappen op weg naar financiële onafhankelijkheid
Na een paar maanden is het vragen van bonnetjes, het bijhouden van het kasboek en het maken van maandoverzicht en grafieken een ingesleten gewoonte geworden. Veel cursisten merken dat ze niet meer zonder zouden willen, na aanvankelijk veel weerstand te hebben gevoeld. Het bijhouden geeft een gevoel van zelfstandigheid en onafhankelijkheid, door de zekerheid dat je greep op de zaak begint te krijgen. En dat is prettig. Het maken van het maandoverzicht en de grafiek is vaak een hoogtepunt. Je kunt soms gewoon niet wachten tot de maand voorbij is om te zien hoe je het gedaan hebt. Door het beantwoorden van de vragen geef je iedere keer aandacht aan de zaken die in jouw leven echt belangrijk zijn. Dat werkt ook bevredigend. En als aardig ‘bijproduct’ van dit alles blijkt dat je uitgaven naar beneden gaan.
Maar dat dit alles tot financiële onafhankelijkheid zou kunnen leiden, geloven maar weinigen in het begin. In de strikte zin van het woord ben je pas financieel onafhankelijk als je kunt leven van de opbrengst van je kapitaal. Maar er is een andere, en betere manier om naar financiële onafhankelijkheid te kijken, namelijk als een proces met een aantal stadia. Het zetten van een stap in de richting van financiële onafhankelijkheid is een stap in de goede richting en geeft ook een heel goed gevoel. Je bent immers onafhankelijker geworden dan je ervoor was.
Als je schulden hebt, is de eerste stap om die af te lossen; om je van die last te bevrijden. Het is altijd weer schokkend om in de krant te lezen hoeveel mensen in Nederland in de schulden zitten. Honderdduizenden gezinnen kunnen hun financiële verplichtingen niet meer nakomen omdat ze, vaak op allerlei manieren tegelijk, geld hebben geleend en rood zijn komen te staan. Nu is dat ook niet zo verwonderlijk. De advertenties voor makkelijk te krijgen krediet schreeuwen ons in de dag- en weekbladen toe. Allerlei bedrijven bieden hun producten aan op afbetaling. Je kunt nu al een auto kopen en pas over een jaar beginnen met betalen. Het lijkt allemaal zo aantrekkelijk, nu er steeds meer creditcards beschikbaar komen. Er zijn ook altijd mensen die er gebruik van maken.
Weinigen realiseren zich dat een creditcard een KREDiET-kaart is, want je kunt ermee kopen, ook als je geen geld op je giro hebt. Dat je daar dan een forse rente over betaalt, staat natuurlijk ook in de voorwaarden van de kredietmaatschappij die de kaartjes verkoopt, maar dat zie je toch minder in hun kleurige folders. Daar wordt vooral een beeld geschetst van: ‘Het kan niet op.’ En: ‘Je moet er toch niet aan denken dat je iets niet kunt kopen.’ Jaarlijks in augustus en september, als duizenden nieuwe studenten met hun karige beurzen beginnen aan een nieuwe studie, staan de kranten vol met advertenties van banken. Met een speciale‘easy’-studentenrekening kan je maar liefst duizend euro rood staan, en je krijgt nog een pinkaart cadeau ook. Over die duizend euro rood staan betaal je een schappelijke rente van rond de zes procent. Maar kom je daar overheen, dan is de rente opeens zo’n achttien procent of hoger.
Schulden aflossen Door al die kredietmogelijkheden betaalt de gemiddelde consument steeds meer aan rente en andere kosten die aan al die kredieten vastzitten. Het is niet ongebruikelijk dat er vijftien procent rente geheven wordt. Meer is ook mogelijk. Als er in je balans schulden voorkomen, dan is de eerste stap op weg naar financiële onafhankelijkheid om die schulden af te lossen. Hoe groot de bevrediging van deze eerste stap is, merk je pas als je echt schuldenvrij bent. Om te kunnen zeggen: ‘Ik ben aan niemand iets schuldig,’ is prettiger dan je denkt.

Grafiek met uitgaven, inkomsten en spaargeld
In bovenstaande grafiek zie je hoe zo’n ontwikkeling eruit kan zien. Al na een aantal maanden is het punt bereikt dat je minder uitgeeft dan je verdient. Vanaf dat moment ontstaat er ruimte tussen inkomsten en uitgaven: dat is wat je spaart. En daarmee los je je schulden af. In sommige gevallen kan dat best lang duren, maar ook hier geldt dat zien dat je schulden minder worden een sterk gevoel van bevrijding kan geven.
Niesa had een studieschuld opgebouwd doordat ze twee universitaire studies had gevolgd. Daarna was ze jarenlang werkloos geweest. De schuld was zo groot, dat ze niet geloofde dat ze die ooit zou kunnen afbetalen. Ook toen ze een redelijk betaalde baan kreeg, gaf ze steeds al haar geld (of meer) uit. Het had immers toch geen zin om zuinig te zijn met al die schulden. Na het volgen van de cursus besloot ze om zich een haalbaar doel te stellen: 'Ik wil vijfduizend gulden sparen op een Plus-rekening.’ Daarvoor moest ze eerst haar krediet bij de giro aflossen.
Eerder dan ze had verwacht kon ze ons melden: ‘Ik heb vijfduizend gulden gespaard, ik geloof het zelf nog nauwelijks.’
Geld op de bank De volgende stap is nog bevredigender: geld op de bank. Dat is nog eens wat anders dan de pseudo-vrijheid van een continukrediet. Of je nu vijftig of duizend euro per maand overhoudt, dat doet er niet toe. Geld sparen is een kick! Het mag dan de laatste tientallen jaren wat in onbruik zijn geraakt, minder leuk is het er niet om. In veel huishoudens blijkt het weinig moeite te kosten om de uitgaven tien tot twintig procent naar beneden te brengen. En als je eenmaal de smaak te pakken hebt, kun je misschien nog verder. Dat spaargeld zet je natuurlijk direct op een spaarrekening met een aantrekkelijke rente. In het begin is het rentebedrag maar klein, maar dat kan snel oplopen.
Als je spaargeld hebt, breekt een fase van financiële onafhankelijkheid aan waarin je keuzevrijheid nog groter wordt. Vooral als je over een langere periode spaart, en ook profiteert van ‘rente-op-rente’ en andere voordelen die daarbij mogelijk zijn. Je hoeft niet meer zo bang te zijn dat je baan op de tocht komt te staan. Een grote tegenvaller vang je moeiteloos op. Je kunt iemand anders geld lenen of een plezier doen én je kunt beginnen aan het realiseren van je dromen.
Sparen kan op veel manieren. Als rood staan voor jou het signaal is om het wat zuiniger aan te doen, kun je jezelf misschien een beetje ‘helpen’. Sparen moet jein ieder geval niet doen met het geld dat je aan het eind van de maand overhoudt, maar met het geld dat aan het begin van de maand binnenkomt. ‘Pay yourself first,’ noemen Amerikanen dat. Zodra je salaris of andere inkomsten binnenkomen, neem je er een vast percentage af en stort dat op een spaarrekening. Liefst een waar je het niet zo makkelijk vanaf kunt halen. Begin bijvoorbeeld met vijf procent van je inkomen. Je merkt er meestal niets van terwijl, als je tot het einde van de maand wacht, je al je geld wel uitgeeft of alweer rood staat. Velen hebben de ervaring dat ze dit percentage kunnen opvoeren tot zo’n tien procent zonder er veel ongemak van te ervaren. En het is eigenlijk ook zo logisch dat je jezelf als eerste betaalt. Jij hebt het geld immers ook zelfverdiend.
Is dit allemaal mogelijk met een simpele grafiek
Ja, het is mogelijk, vooral als je je grafiek regelmatig onder ogen ziet. En, als je doorgaat met het maandelijks invoeren van de gegevens. Gewoon doorgaan, ook als het eens tegenzit! Waarom?
- Omdat de grafiek je er steeds aan herinnert dat je je uitgavenpatroon echt onder ogen wilt zien. En dat je iets wilt veranderen.
- Omdat hij instant informatie geeft over jouw financiële stand van za
108
ken. Je hoeft je spaarpot niet open te breken of ingewikkelde sommen te maken. De grafiek laat direct zien hoe je ervoor staat en in welke richting de ontwikkeling gaat. De grafiek is een financieel zelfportret.
- Omdat de grafiek inspireert. Als je uitgaven naar beneden gaan, om te kijken of je nog verder kunt. Maar ook als het je niet lukt, om er harder aan te trekken.
- Omdat de grafiek je af en toe tegenhoudt. Bij het plan om een bepaalde uitgave te doen, realiseer je je wat de uitwerking op de grafiek zal zijn, en bedenk je je misschien nog een keer.
- Omdat de grafiek bevestigt dat je aandacht geeft aan jezelf en de wereld. De lijn van je inkomen geeft aan hoe je al je uren levensenergie hebt geruild voor geld. En de uitgavenlijn geeft aan hoe zorgvuldig je dat geld hebt geruild voor de levensenergie van anderen.
- Omdat de grafiek een steun is, vooral als anderen erop kunnen reageren. Applaus werkt nu eenmaal en opbouwende kritiek ook.
6. CONSUMINDEREN, HOE DOE JE DAT?
Nu je een methodiek hebt om je uitgavenpatroon bewust onder ogen te zien ligt het voor de hand dat je sommige categorieën naar beneden wilt brengen. Dat lijkt moeilijk en vervelend, maar is het niet als je het als een sport of uitdaging kunt zien.
Toen we als Vrekkenechtpaar bekendstonden en interviews, lezingen en cursussen gaven, werd ons herhaaldelijk gevraagd: ‘Wat is er nu zo leuk aan zuinig leven?’ De vragenstellers keken ons daarbij vol ongeloof en soms ook argwanend aan. Ze hadden het idee dat ze voor de gek werden gehouden, en met plezier zouden ze ons willen betrappen op een tegenstrijdigheid.
Het is een veel voorkomende en begrijpelijke reactie, want het woord ‘zuinig’ roept allerlei negatieve associaties op. Bij zuinigheid wordt gedacht aan armoede, benepenheid, crisisjaren en spruitjeslucht. Aan drie-hoog-achter wonen, aan beknibbelen, aan verstelwerk en sokken stoppen. En vooral aan het woord ‘moeten’. Als je blut bent, ‘moet’ je wel zuinig zijn; als je werkloos bent, ‘moet’ je nu eenmaal de tering naar de nering zetten. En dan verschijnen er opeens twee mensen die goed verdienen en uit eigen vrije verkiezing zuinig zijn gaan leven. Daar moet iets vreemds mee aan de hand zijn, daar zit vast een steekje aan los.
Het is niet eenvoudig om uit te leggen wat ons overkomen is, maar het sluit aan op het verhaal over de gelukscurve in hoofdstuk 1. We konden niet meer echt genieten van de luxe en overdaad die er in de loop der jaren in ons leven was geslopen. Ongemerkt waren we doorgeschoten. Het was allemaal te vanzelfsprekend: de kleding uit dure boetiekjes, de etentjes in het restaurant, de verre vakanties, en zo meer. We hebben toen een aantal stappen terug gezet, en merkten tot onze verbazing dat we ons weer prettiger gingen voelen. Dat we weer tevreden werden, zorgelozer en creatiever. Dat we meer contact hadden met elkaar en meer konden lachen. Onze ervaring staat niet alleen. In drie jaar tijd ontvingen we honderden reacties van mensen die hetzelfde meemaakten, nadat ze bewust hadden gekozen voor een zuinige levensstijl.
Te veel is niet goed voor ons, maar teruggaan naar een situatie van te weinig willen we ook niet. We proberen te ontdekken wat daartussenin ligt, wat precies genoeg is. Zoveel mogelijk genieten met zo weinig mogelijk geld en spullen. Dat is de uitdaging van creatief versoberen. Sinds ik mijn echte uurloon uitrekende en ontdekte dat ik als therapeute geen zestig gulden per uur verdiende, maar minder dan vijftien, ben ik meer gemotiveerd om optimaal te genieten van mijn geld en er zorgvuldig mee om te springen.
Hoe vaak komt het niet voor dat je iets koopt of doet voor een heleboel geld en dat het tegenvalt, dat je er achteraf spijt van hebt? Bijna iedereen heeft dit wel eens aan den lijve ondervonden, dat kan bijna niet anders. Een andere keer gaf je weinig uit en was je juist heel tevreden. Neem bijvoorbeeld twee etentjes met je collega’s, en hoe verschillend je je na afloop kunt voelen. In het eerste geval was het een etentje waarbij je verleid werd tot een veel te duur en copieus maal, het tweede was een eenvoudig etentje waar je nog steeds goede herinneringen aan hebt. Alle twee heb ik ze meegemaakt en ze verschillen van elkaar op dezelfde manier als ons vroegere leven verschilt van onze nieuwe ‘sobere’ levensstijl.
Bij het eerste etentje neem je, ook al heb je niet zoveel trek, gewoon omdat je collega’s het ook doen, een hoofdmaaltijd én een voorgerecht. Het smaakt allemaal heerlijk, maar je hebt al tijdens het hoofdgerecht het gevoel dat je te veel gegeten hebt. Je krijgt ’t warm, wat benauwd, en je voelt je opgeblazen en neemt je voor de volgende dag te gaan lijnen. Omdat alle anderen daarna besluiten ijs te bestellen en je het niet leuk vindt om te moeten toekijken, neem je, tegen beter weten in, toch ook iets. Je kijkt naar de kaart en alles is even duur en groot. Durfde je maar een kin-derijsje te bestellen, maar dat staat zo gek. Dan maar de Coupe Fantasie van het huis. Jeetje, wat een enorm ding met vruchten, advocaat en slagroom. Je voelt je nu echt vol, bijna misselijk en ontevreden. De rekening na afloop, die hoofdelijk wordt omgeslagen, valt behoorlijk tegen. Drie gangen, koffie toe en al die flessen wijn, dat loopt snel op. Je hebt de smoor in. Ook nog te veel gedronken...
Bij het andere etentje neemt een van de collega’s het initiatief. Zij weet een goedkoop eethuisje dat ze vlak bij de haven ontdekt heeft. Je kunt er alleen het dagmenu bestellen en op donderdag eten ze altijd kapucijners met spek, uitjes en gebakken champignons, met een flinke bak gemengde salade erbij. Je moet aan lange tafels zitten en wordt er snel bediend. Alles is vers, goed gekookt en de wijn gaat er per glas en is betaalbaar. Na afloop staat er een korte wandeling op het programma. De tocht gaat naar een gezellig cafeetje waar nog een kopje koffie gedronken wordt. Voor een derde van het bedrag, minder vadsig en heel tevreden keer je naar huis terug. Het eten was lekker. Het was een heel gezellige avond en je hebt met een aantal van je collega’s leuk contact gehad.
Het verschil tussen het eerste en het tweede etentje is groot. In ons persoonlijke leven komen nu hoofdzakelijk ervaringen voor zoals beschreven bij het tweede etentje; veel plezier, veel genieten, eenvoudiger, beter voor de gezondheid, meer contacten, verrassender.
Een Vlaming, Jan B., die ooit bij ons op bezoek was, verstond de naam van onze Stichting Zuinigheid met Vlijt niet goed. Hij dacht dat het Zuinigheid met Stijl was en eigenlijk is dat een betere naam. Wij leven zuinig, maar doen dat met stijl. Het gaat niet om de kwantiteit, maar om de kwaliteit. Het gaat niet langer om het merkje dat ons vertelt of iets goed is, we hebben onze eigen mening. Sinaasappelsap van een onbekend merk blijkt net zo goed te smaken als die dure waar ze steeds tv-reclame voor maken. De betekenis van het woord ‘zuinig’ begint voor ons ook te veranderen. Er komen als vanzelf allerlei positieve associaties bij, zoals: handig, slim, milieuvriendelijk, creatief, eenvoudig, grappig, bescheiden en tevreden.
Consuminderen De term consuminderen is ooit bedacht tijdens een cursus op het milieucentrum De Kleine Aarde in Boxtel. Het is een vondst die dankbaar door ons wordt gebruikt, omdat het direct duidelijk maakt waar het om gaat. Consumeren is wat we deden en dat had te maken met geld uitgeven, altijd maar meer willen en steeds groeiende behoeften. Consuminderen is de term voor bewust en kritisch met geld en grondstoffen omgaan en kijken of het anders, dat wil zeggen met minder, kan. Kiezen voor duurzaamheid in plaats van wegwerp. Het woord ‘genoeg’ in de plaats stellen van ‘groeien’ en ‘meer’.
Maar ook al heb je op grond van de vorige hoofdstukken, of om andere redenen, besloten dat je wilt consuminderen, onderschat de hardnekkigheid van het oude patroon niet. Registreer maar eens hoe vaak je op een dag of in een week een koopimpuls hebt. Als iets stuk gaat denk je waarschijnlijk automatisch: ik moet een nieuwe... kopen. Het idee dat je het misschien kunt repareren, vinden, maken, ruilen of huren komt niet op.
We zijn zo gewend om direct naar een winkel te lopen en iets nieuws te kopen, dat het echt tijd kost om ‘af te kicken’. En als je langs winkels loopt en je ziet iets moois, dan denk je gemakkelijk: dat wil ik ook hebben.
Andere houding Als ik vroeger door een straat met mooie etalages liep, dan keek ik er op een bepaalde manier naar. Ik beoordeelde alles wat ik zag op de mogelijkheid of ik het zou kunnen kopen. Of het financieel haalbaar was. Of het voor mezelf zou zijn of voor iemand anders. Nu kijk ik naar al die winkels met spullen (antiek, Perzische tapijten, kleding, huisraad, boeken) en ik loop er langs alsof ik in een museum ben. Daar vermaak ik me ook met kijken, me verbazen, me ergeren, genieten. Na een uur of wat ga ik weer naar huis. Het idee van kopen komt veel minder bij me op. Ik sluit die gedachte zo veel mogelijk uit. Mijn houding is veranderd en ik koop uitsluitend iets als ik het echt nodig heb. Dat wil zeggen, als ik er op een andere manier niet aan kan komen en er echt niet buiten kan.
Overvloed We leven in een wereld van overvloed. Als het je lukt om op die manier om je heen te kijken, lijkt het wel of je ook telkens de bewijzen daarvan op een presenteerblaadje aangeboden krijgt. Iedere keer opnieuw ben ik verbaasd over alles wat ik zomaar kan krijgen, wat ik op straat vind, wat me spontaan wordt aangeboden. In mijn volkstuin komen van alle kanten de buren overtollige planten aanbieden, blij dat ik nog wat plek over heb, en dat ze de planten nu niet hoeven weggooien.
Sinds ik erop let, lees ik geregeld dat er gratis muziekvoorstelüngen en andere culturele manifestaties zijn. Vroeger had ik daar nooit van gehoord. Een ander voorbeeld: voor het koken van soep en andere gerechten gebruik ik graag verse tuinkruiden. Die zijn nogal prijzig. Vroeger kocht ik bosjes peterselie, selderij, bieslook en bonenkruid in de winkel. Daarna begon ik zelf keukenkruiden te kweken, op het balkon, de vensterbank en in de volkstuin. Dat was al een aardige besparing. Een paar maanden geleden ontdekte ik ook nog een prachtige kruidentuin waar je gratis mag plukken, vlak bij mijn volkstuin. Daar staan zoveel soorten, in zulke grote hoeveelheden, dat zelf kweken eigenlijk overbodig is geworden. Een paar keer per week kom ik langs dat park en het is een kleine moeite af en toe een bosje verse kruiden voor een vriendin of buurvrouw, als cadeautje of‘op bestelling’, mee te nemen. Ik woon al meer dan twintig jaar in Den Haag, en die kruidentuin is er al jaren. Omdat ik vroeger niet geïnteresseerd was in mogelijkheden om geld uit te sparen is het me nooit opgevallen. Nu wel.
Stap 6: Zorgvuldig met Je levensenergie omgaan door te consuminderen
Deze stap behandelt het slim omgaan met levensenergie en het bewust naar beneden brengen of geheel overbodig maken van allerlei uitgaven.
De informatie voor deze stap is overal te vinden. Handige bespaartips en goedkope recepten vind je in dames- en milieubladen, kranten, kookboeken en boeken over zuinig leven. In dit hoofdstuk volgt een samenvatting van de belangrijkste tips en trucs. We putten daarbij ook uit de vijf jaar dat Vrekkenkrant verscheen (inmiddels opgevolgd door het tijdschrift genoeg), uit Hoe word ik een echte vrek? en uit Meer doen met minder. Achter in dit boek is een uitgebreide literatuurlijst van relevante, ook later verschenen boeken op dit en aanverwant gebied opgenomen. De tips en trucs zijn onderverdeeld in categorieën die overeenkomen met veel voorkomende groepen uit het maandoverzicht, zoals huisvesting, voeding, reiskosten, kleding.
Het is geen stof om achter elkaar als een romannetje te lezen, want ook hier geldt: overdaad schaadt. Het werkt beter om per keer één categorie te bekijken en na te gaan welke tips gebruikt kunnen worden. Als uit het maandoverzicht blijkt dat je een te groot bedrag aan cadeautjes uitgeeft, lees je de tips over cadeautjes waarschijnlijk geïnteresseerder dan anders.
Eerst volgt een aantal algemene tips en adviezen die voor allerlei categorieën gelden.
Waarschuwing Niet alles zal aanspreken. Het is zeer persoonlijk. Wat de één direct enthousiast zal toepassen, gaat een ander te ver of wordt ronduit belachelijk gevonden. Als een tip vrij hevige gevoelens losmaakt, is de kans groot dat het iets met vroeger te maken heeft. Het kan zijn dat je ouders je dwongen iets te doen en dat je nog steeds verzet voelt. Voor alle tips geldt dat niets hoeft of moet. Niet van ouders en niet van ons of iemand anders. De tips en adviezen zijn er uitsluitend om te helpen het leven simpeler, minder duur en leuker te maken. Ieder maakt zijn eigen keuze.

Probeer niet langer indruk te maken op anderen
Dit eerste advies gaat altijd en overal op. Zodra je doorkrijgt dat je iets niet voor jezelf doet, maar om indruk te maken, kun je nagaan of je dat zo wilt blijven doen of dat je ermee stopt.
Ingrid had, tot haar grote ongenoegen, al jaren een wao-uitkering. Ze kocht altijd te dure cadeaus, simpelweg omdat ze niet wilde dat iemand zou denken dat ze weinig geld had. Hierdoor kwam ze in de schulden en moest extra kosten maken om een lening te sluiten.
Het trieste van dit veel voorkomende patroon is dat de ontvangende partij zo’n duur cadeau vaak meteen in de kast zet, dat het niet echt gewaardeerd wordt. Dure cadeaus krijgen schept verplichtingen. De ander moet iets duurs teruggeven en zo blijven we aan de gang. Dat gaat niet alleen op bij cadeaus. Koop je dat kledingstuk omdat je het zelf graag wilt of om indruk te maken? En hoe zit het met die auto, dat huis, die vakantiereis? Word je ervan bewust en probeer dit gedrag te veranderen. Herken het kleine kind in jezelf dat nog steeds bezig is om aan vriendjes en vriendinnetjes te laten zien dat haar pop of auto ‘lekker veel groter is dan die van de ander’. Lach erom en stop ermee!
Beperk de keren dat je boodschappen moet doen tot een minimum, want iedere keer dat je een winkel ingaat loop je de kans meer te kopen dan je van plan was. Een groot deel van de spullen die gekocht worden zijn impulsaankopen. Je ziet iets nieuws - aardbeienjam met yoghurtsmaak -en je denkt: ‘Hoe zou dat smaken?’ Voor je het weet heb je het potje in je hand en even later ligt het in het winkelwagentje.
Ga ook niet meer als tijdverdrijf winkelen. Maak in plaats daarvan (desnoods met een boodschappentas gevuld met bakstenen) een wandeling, ga naar het strand of het bos, maak een fietstocht of breng iemand een bezoekje. Of heb je zo weinig fantasie dat je niets beters weet te doen dan winkelen? Je bent niet de enige. Winkelen is ontzettend populair, terwijl het welbeschouwd toch de allerduurste hobby is. Als je nog in de ‘af-kickfase’ zit, kun je ook besluiten toch het winkelcentrum te bezoeken, maar niets te kopen. Je kunt je geld dan beter thuis laten. Ga samen met je partner of een goede bekende en doe een wedstrijd wie het meest absurde
115
artikel dat te koop wordt aangeboden, kan vinden.
Zo zagen we laatst in een hengel-sportwinkel een voerboot voor ruim zevenhonderdvijftigeuro. Een soort speelgoedbootje, dat radiografisch bestuurbaar is. Met dat ding kun je ervoor zorgen dat vissenvoedsel op een bepaalde plek in het water valt, zodat je een grotere kans hebt om een vis aan je hengel te krijgen. Hoe bedenken ze het!